Gebruik onrustbanden, bedhekken en rustgevende medicatie fors teruggedrongen

Utrecht 14 oktober – Het gebruik van vrijheidsbeprekende maatregelen zoals vastbinden met onrustbanden, bedhekken en rustgevende medicatie in zorginstellingen is fors teruggedrongen. Honderden ouderen en mensen met een verstandelijke beperking hebben daardoor meer bewegingsvrijheid gekregen.

Uit cijfers van Vilans, het kenniscentrum voor langdurende zorg, blijkt dat in 40 instellingen in de langdurende zorg het aantal vrijheidsbeperkende maatregelen met ruim 30 procent is gedaald tot 1900. Ook zijn veel zware maatregelen, zoals vastbinden, ingeruild voor bijvoorbeeld elektronisch hulpmiddelen. Vrijheidsbeperkende maatregelen zijn vooral bedoeld om letsel door valincidenten te voorkomen.
De instellingen deden mee aan het Verbetertraject Maatregelen op Maat van Zorg voor Beter, een programma om de kwaliteit van de langdurige zorg te verbeteren. Kenniscentrum Vilans voert het verbetertraject uit.

SOKA locatie de Blide heeft meegedaan aan dit verbetertraject. Binnen de pilotafdeling van SOKA is het aantal beperkende maatregelen fors teruggedrongen.

Daling toepassing vrijheidsbeperkende maatregelen
In de deelnemende instellingen daalde de inzet van het aantal onrustbanden van 235 naar 83. Het aantal rolstoelen dat standaard op de rem staat, ging van 76 naar 24 en het aantal mensen waarbij hun armen uit zelfbescherming werd vastgebonden, is gedaald van 50 naar 14. Het gebruik van rustgevende medicatie halveerde zelfs tot onder de 100.

Ook bij SOKA daalde het aantal vrijheidsbeperkende maatregelen binnen de pilotafdeling met ruim 50% als gevolg van dit verbetertraject. Zo worden rolstoelen wat op de rem wordt gezet gedaald met 100% naar 0 en het gebruik van bedhekken is met 25% gedaald. Medewerkers zijn door het traject zich bewust geworden van de gevolgen van het toepassen van vrijheidsbeperkende maatregelen.

In veel gevallen bleek dat veel minder ingrijpende of zelfs helemaal geen maatregelen nodig waren. Door het gebruik van detectie en bewegingssensoren wordt het personeel gewaarschuwd als iemand uit bed of zijn kamer gaat. Uit de cijfers van Vilans blijkt dat het aantal ‘technische’ maatregelen dan ook met bijna tien procent is gestegen. Dit geldt ook voor SOKA.
Het succesvol terugdringen van ingrijpende maatregelen is het directe gevolg van het verbetertraject waarin beleid, scholing en registratie een grote rol spelen. “Het personeel dat meedeed, heeft nu veel meer kennis over hoe maatregelen voorkomen kunnen worden”, zegt Ivanka Tomic projectleider binnen SOKA. “De angst dat een cliënt valt, hoeft niet altijd te betekenen dat een bedhek nodig is. Er zijn veel minder ingrijpende alternatieven voor handen zoals detectie. En een actief beleid om zo min mogelijk vrijheidsbeperkende maatregelen te nemen, draagt ook zeker bij. Al zullen ze nooit helemaal kunnen verdwijnen.”

In 2010 worden de uitkomsten van de pilot binnen alle locaties van SOKA ingevoerd.

Vervolgtraject
Inmiddels hebben 25 instellingen zich opgegeven voor een volgende ronde van het verbetertraject Maatregelen op Maat.

Over Zorg voor Beter
Zorg voor Beter stimuleert organisaties in de langdurende zorg om te werken aan kwaliteitsverbetering en duurzaamheid van de zorg. Dit om iedereen nu én in de toekomst goede zorg te kunnen garanderen. Zorg voor Beter biedt een methodische aanpak, goede voorbeelden en advies van experts. Leren van elkaar staat centraal.

Zorg voor Beter is een initiatief van het ministerie van VWS. ZonMw heeft de regie. Vilans is hoofduitvoerder van de verbetertrajecten. Meer dan 700 zorgorganisaties deden al mee.

SOKA start in 2010 een tweede traject “zorg voor beter”: medicatieveiligheid en polyfarmacy.